Expeditie Rotta – Bioblitzen in de Wiebertjes

Gepubliceerd op 18 juni 2026door

Bioblitzen is in dezer dagen. Het is een nieuw werkwoord: het betekent zoveel mogelijk verschillende soorten dieren, planten, schimmels enz. waarnemen in een beperkte tijd in een bepaald gebied. In dit geval onderzochten we de Wiebertjes, aan de rand van het Hoge Bergse Bos. Dit gebied wordt al jaren door de natuurwerkgroep van Rotta beheerd; daardoor is er een afwisselend moerasgebied ontstaan, rijk aan vogels, planten, en insecten. Het is oorspronkelijk ontworpen als landschapskunst waarbij eilandjes in de vorm van Wiebertjes zijn gemaakt.

Gestreepte goudspanner

Met z’n achten gingen we op pad en splitsten in twee groepen. Een groep begon aan de westkant, de andere aan de oostkant van de Wiebertjes. Halverwege het natuurpad troffen we elkaar weer en werden ervaringen uitgewisseld. Vorig jaar haalden we zo’n 80 verschillende soorten in twee uur tijd. Nu waren de weersvooruitzichten duidelijk beter, en de verwachting was dan ook dat we meer dan 100 verschillende soorten zouden kunnen noteren.

Rups van de Grote beer (nachtvlinder)

Deze verwachting werd ver overtroffen: we konden in slechts twee uur tijd met behulp van verrekijker, loep, flora, mobieltje mét fotoherkenningsapps zoals Obsidentify en een schepnetje meer dan 191 soorten noteren! Hierbij zijn dan de soorten die alleen met een microscoop te herkennen zijn niet inbegrepen. Dat zou voor dit onderzoekje te ingewikkeld worden. Deze soorten betreffen vooral vliegen, muggen, bijen, wespen en verschillende roestsoorten op planten. Planten vormden met 59 soorten de grootste groep, met vooral vertegenwoordigers van vochtige, voedselrijke en min of meer gestoorde omstandigheden zoals dijkviltbraam, grote brandnetel, gewone berenklauw. De natuurwerkers hadden hun best gedaan: er werd in tegenstelling tot vorig jaar geen enkele reuzenberenklauw (een invasieve exoot) meer aangetroffen.

Schaakbordlieveheersbeestje

De vogels waren met 40 soorten ook goed vertegenwoordigd. Leukste soorten waren: roerdomp, bruine kiekendief en ijsvogel. Er waren nog verschillende soorten kleine zangvogels te horen: tuinfluiter, zwartkop, kleine karekiet, bosrietzanger en fitis. Enkele andere opvallende soorten waren: gewone pad, veelvraat en grote beer (beide rupsen van nachtvlinders) en de grote groene sabelsprinkhaan, onze grootste sprinkhaan die veel gezien wordt. Op één plek werd met een schepnet gevist. Hierbij werden jonge vetjes (een kleine karperachtige) en enkele Kaspische slanke aasgarnalen gevangen. Deze garnalen zijn exoten, afkomstig uit het gebied rond de Kaspische en Zwarte Zee. Sinds 1992 in Nederland, nu wijd verspreid. Het was leuke én leerzame ochtend!

Vetje

Kaspische slanke aasgarnaal

De foto’s zijn gemaakt door Dick en Rixte