Gidsen: Rien van der Vorm en Aad Deurloo. Aantal volgelingen: 12. De wandeling begint bij ’t Zeeltje, zo’n beetje de oudste uitspanning in het Bergse Bos. De Bleiswijkse Zoom (B.Z.) maakt onderdeel uit van dat Bergse Bos en het hele Rottemerengebied.

De B.Z. is een uniek en veelzijdig recreatiegebied. Het ligt langs de westelijke oever van de Rotte. Het is groen en waterrijk, er zijn dagcampings, speel- en ligweiden, plassen met strandjes, fiets-, wandel- en ruiterpaden. Kortom, voor elk wat wils. 


foto: nestkast van Rotta


foto: spechtenhol in een dode populierenstam

Op weg naar het Zeeltje zie ik veel wielrenners en diverse groepen trimmers en ruiters. Begin jaren zeventig is men begonnen met de aanleg van het Bergse Bos. De jonge boompjes boden nog te weinig nestgelegenheid voor de vogels. Rotta heeft toen tientallen nestkastjes opgehangen. Een aantal jaren geleden zijn er 800 populieren (de eerste aanplant) gerooid en zo’n 90 populieren geringd. Rien zegt altijd: “Dood hout doet leven”, Cor Noorman zegt altijd: “Stront doet leven” en ik zeg altijd: “Hoop doet leven”. Spechten hebben vele holen in die dode bomen gehakt. In die holen zitten nu allerlei dieren: Wespen, Bijen, Vleermuizen e.d.. Rotta heeft nu geen nestkasten meer opgehangen want het bos biedt nu genoeg nestgelegenheid. Vlakbij de parkeerplaats hangen uit p.r.-overwegingen nog wat Rottakasten. De kruinen van de dode populieren zijn afgezaagd, want het wonderlijke is dat spechten wel holen maken in dode stammen, maar niet in dode bomen met kruinen.

foto: Esdoornblad met schimmels en paddenstoelen

foto: Gewone glimmerinktzwammen

Er staan nog wat paddenstoelen. Rien vertelt over saprofyten, de dood hout opruimers, en de parasieten, die teren op levend hout. Op een esdoornblad zien we teerachtige vlekken. Dit zijn schimmels en paddenstoelen. Er staat nog een groepje Zwavelzwammetjes. Op wat dode stammetjes zitten allerlei soorten Elfenbankjes. Verder zien we aan planten: de Brede of Grote weegbree (goed tegen jeuk en insectenbeten), veel Brandnetels (waardplanten voor o.a. Dagpauwoog, Landkaartje en Atalanta), Zuring, Akkerwinde met mooie witte bloempjes, Akkerdistel, Boterbloemen, Gewone bereklauw, Braam, Abelen, Kaarsjeskruid, Dovenetel, Leverkruid (waardplant voor veel vlinders), Eiken, Watermunt, Klaver, Essen (gladde stam en zwarte knoppen in de oksels van de takken), een Wilde appelboom (waarschijnlijk Jonagold) en Hazelaars, struikachtige bomen. Een paar grote bomen zijn omgewaaid. In die grote wortelkluiten barst het van het leven. Veel diertjes vinden hierin hun holletjes. Rien vertelt nog even wat over het maaibeleid. Door bezuinigingen wordt er nog maar twee maal per jaar gemaaid. Met de schaapherder zijn duidelijke afspraken gemaakt. Zo ontstaan er meer ruigten, en planten die belangrijk zijn voor vlinders worden gespaard (waardplanten). Insecten, vlinders en vogels krijgen zo meer kansen.

foto: Landkaartje, de zomer-editie

foto: een mannetje Paardenbijter

Vogels zien we niet zoveel. Het bos biedt te weinig voedsel en veel vogels zijn vertrokken naar warmere oorden. We zien Houtduiven, Gaaien, Eksters, Futen, Meerkoeten en Eenden en we horen een Boomvalk. We zien nog wat vlinders: Landkaartje (de zomer-editie), Groot koolwitje en een Zandoogje. Andere diertjes die we tegenkomen zijn een Chinees (of Aziatisch) lieveheersbeestje, een klein lief Padje, een Libel (een mannetje Paardenbijter) en Tuinslakken in allerlei fraaie kleuren. Het is dit jaar een goed muizenjaar. Een Woelmuis heeft een gat gegraven in de grond. Hierin bewaart hij zijn voedsel en zoekt hij dekking. Door dat goede muizenjaar hebben we ook een heel goed roofvogeljaar. Het laatste nummer van “VOGELS” van de Vogelbescherming gaat helemaal over roofvogels.

Dank aan de gidsen Rien en Aad die ons op een prettige manier hebben laten zien dat je om natuur te beleven niet ver weg hoeft te gaan. Ga het bos in en kijk, hoor, ruik en voel en proef en je voelt je een gelukkig mens.

Piet Mulder