Maandagmiddag 20 april jl. fietste ik langs enkele ‘parels’ waar de natuurwerkgroep afgelopen jaren heeft gewerkt aan een afwisselend landschap en gunstige omstandigheden voor flora en fauna. Ik kan mij niet herinneren dat de lucht in ons land ooit zo blauw was. Door het fraaie lenteweer is er op de grond ook al veel te zien. En om dit moois goed te bekijken, stap ik al snel van de fiets af.

Allereerst ga ik kijken bij de natuurakkers langs de Limiettocht. In deze polder werden op de kalkrijke zeekleigrond diverse soorten aardappels, vlas en aardappelen verbouwd. Daartussen zag je vroeger overal bloeiende bloemen en akkerkruiden. Om meer variëteit in het landschap te brengen, heeft de natuurwerkgroep vanaf 2017 op een aantal stroken in de polder stroken grasland omgewerkt en ingezaaid met verschillende mengsels van bloemen, kruiden en granen: een breed palet aan kleur, vorm en geur. Vlinders, bijen en andere insecten kunnen zich er tegoed doen aan de nectar en het stuifmeel.

Limiettocht

Een veld vol granen, kruiden en insecten is ook een waar lustoord voor veel soorten vogels en kleine zoogdieren. In de winter zorgt het voor voedsel en dekking. Het meest noordelijke veld (bij de N209) in Bergschenhoek staat nu al prachtig in bloei. Dat is een verrassing, want juist dit deel was vorig seizoen nogal saai met weinig kleur. Het resultaat van de mengsels is overigens wisselend per strook. De bloei in het eerste, droge jaar is doorgaans spectaculair met eenjarige bloemen, zoals klaproos, korenbloem, margriet en zonnebloemen. In de herfst maaien we een deel en de rest blijft op het land staan. Nu nog staan de stelen van de uitgebloeide zonnebloemen van vorig jaar op het land. Spannend is hoe de al zichtbare rozetten van de tweejarige en meerjarige gewassen zich zullen ontwikkelen. Er ontstaat in volgende jaren een heel ander bloembeeld met helaas ook meer gras, weegbree en andere ruigtekruiden. De bodem bevat kennelijk nog veel te veel voedingsstoffen voor een jaarlijks bloem- en kruidenrijke bloei. De natuur blijft verrassen en het is leerzaam om de ontwikkeling te blijven volgen.

Mijn volgende bestemming is de oeverzwaluwwand in het Hoge Bergse Bos, gelegen tussen het Hoeks moerasbosje en de Wiebertjes. Vorige maand hebben vrijwilligers de nestgaten schoongemaakt en opgevuld met leemzand. Zijn er al oeverzwaluwen aan het nestelen? Helaas, ik zag alleen boerenzwaluwen boven de weilanden en nog geen oeverzwaluwen. Alle kamers in de hotelwand zijn dus nog onbezet. Op het weiland pal tegen de oeverzwaluwwand is het wel een drukte van jewelste met tientallen knobbelzwanen en grauwe ganzen.

Misschien is het gewoon te onrustig voor de oeverzwaluwen om hier nu te nestelen. Ik kom gauw terug om nog eens te kijken. Tot slot bewandel ik het natuurpad door de Wiebertjes. Verbazend hoe dit kleine natuurgebied ons ieder seizoen een ander gezicht toont. Nu bieden de watergangen nog mooie zichtlijnen, voordat de rietkragen weer hoog opgroeien.

Vanaf het natuurpad zie ik in de verte de geel gekleurde heuvels met bloeiend koolzaad/raapzaad in het Hoge Bergse Bos fel afsteken tegen de strak blauwe lucht. In de Wiebertjes staan de kersenbomen en de meidoorns in volle bloei.

Door de langdurige droogte is het natuurpad nu goed begaanbaar, zo veel beter dan in de natte wintermaanden. Wat fijn dat ik hier van mag genieten.

Maar de lente wist het niet.
En de bloemen bleven uitkomen.
En de zon scheen…
De eerste mooie lentedag sinds lange tijd brak aan.
En de zwaluwen kwamen weer terug.
En de lucht werd oranje en blauw.
Het werd later donker en ’s ochtends vroeger licht.

Geïnspireerd door Irene Vella – ‘Het was 11 maart 2020.’ Geschreven naar de situatie in Nederland door Susan Blanco – De Taalrecycler

foto’s: Henk Starink