Op deze winderige woensdagmiddag komen 9 Kapoentjes naar het Trefpunt.
 
Marijke vertelt

Marijke vraagt: “Welke tijd van het jaar is het nu?” Vandaag lijkt het wel lente, maar gisteren leek het meer winter met die hagelbuien en de dag daarvoor was het meer herfst met die storm. Maar de kinderen weten: het is nog winter!
Maar de lente komt eraan. Je hoort steeds meer vogels fluiten en sommige beginnen al met een nest te maken en je ziet al bloeiende planten. Sneeuwklokjes! weet een van de kinderen.
Op het scherm staan foto’s van nesten. Die grote hoog in de boom heeft zelfs een dakje! Dat heeft een ekster gemaakt. Ook in nestkasten maken vogels een nestje zien we op de foto’s: van takjes, mos en alles wat ze kunnen vinden aan zacht materiaal.
Er is ook een foto van een ‘kindernest’, een hut van takken gemaakt. “Daar kan je wel in wonen als je het waterdicht maakt met mos en zo en er een kachel in zet.” weet een van de kinderen te vertellen.
We zien ook foto’s van kleine bloeiende plantjes. Daar gaan we buiten naar op zoek.
 
Kijken naar de egelkist 
 
Eerst naar de achterkant van het Trefpunt. Daar zien we hoog in de boom een eksternest. Het ziet er nog wat slordig uit en moet nodig een lente-opknapbeurt krijgen door een eksterpaar. Daaronder hangt een uilenkast. Best groot. Die is nu niet bewoond. We lopen nog verder achter door want daar staat een kist, lijkt het. Het is een egelkast. Voorzichtig wordt het deksel opgetild. Jammer, er zit geen egel in, wel vinden we muizenpoepjes. Nu kan je mooi zien dat de egel eerst door een doolhof-gangetje moet en dan daarachter veilig een nest kan maken.
 
Sneeuwklokjes
 
Terug langs de voortuin met sneeuwklokjes en krokussen, naar de vijver waar een blauwe reiger voor ons poseert. De naam van die vogel kennen de meeste kinderen wel. Maar de meerkoet, met zijn witte snoet, is nog niet zo’n bekende naam.
Door naar het paardenpad, dat gaan we een stuk volgen, speurend naar lentetekens.
We zien lange wilgenkatjes, glanzende zachte wilgenkatjes en wilgenpropjes. Er zijn ook afgewaaide takken van een es met zijn mooie zwarte knoppen.
De kleuters zitten met hun ogen dicht bij de grond, ze zijn opmerkzaam en vinden de kleinste bloeiende plantjes. We vinden het hele kleine vogelmuur, blauw klein ereprijs, witte dovenetel en het paarse hondsdraf.
 
Uilenballen pluizen
 
Terug in het Trefpunt is er drinken en iets te eten, zelfgebakken koekjes van Ina: uilenkopjes!
Want nu gaan we uilenballen pluizen. Eerst even kijken naar foto’s van verschillende uilen: bosuil, ransuil met die leuke pluimpjes, steenuil en kerkuil.
Wat eten ze? Vooral veel muizen en ook kevertjes. Kauwen doen uilen niet, ze slikken de muis in een keer door. In de maag verteert al het zachte van de muis. Maar zijn botjes en haren blijven over. Die spuugt de uil in een klontje aan elkaar geplakt weer uit. Die klonten, uilenballen, gaan we uit elkaar halen. Dan kunnen we zien wat de uil gegeten heeft.
De kinderen zoeken heel precies de botjes eruit. “Ik heb alweer een kop!” Ja, een uil eet veel muizen. Met behulp van zoekkaarten worden de botjes uitgezocht. We vinden vooral woelmuizen en spitsmuizen.
 
Tot slot krijgt ieder kind een snoepmuisje om je ook een beetje uil te voelen en een certificaat: Top Uilenballenpluizer!
 
Uilenballen pluizen 
 
Verslag: Marijke
Foto's: Astrid en Ina