We vertrokken dit keer om 8.45 uur met 14 personen maar niet ècht met goede moed. De voorspellingen waren bar en boos, het regende langdurig, dus klampten wij ons vast aan de voorspelling van een optimist die voorspelde dat het om 10.00 uur droog zou zijn.

 

Foto: op de dijk bij de Prunjepolder, Schouwen

Niemand geloofde er echt in, maar wie A zegt moet ook B zeggen, dus en route. Aan het begin van het Haringvliet de eerste Buizerd en een groep reigers die bij elkaar stonden te kleumen. Daar leent de Blauwe Reiger zich bij uitstek voor, geen andere vogel kan dat trieste beeld oproepen als de reiger. Mager, grijsgrauw, met poten als bloedeloze stokken en een nat verwaaid verenpak.

Rond half tien gaan we bij de 1e stop de auto uit want het is even droog. De buitenhaven van Stellendam wordt zorgvuldig afgespeurd: we zien er een Grote Mantelmeeuw, een Kuifeend met witte bles rond zijn blauwe snavel, Fuut, Krakeend, Scholekster, Meerkoeten, Blauwe Reigers, Aalscholver en een Middelste Zaagbek. Achter de dijk zitten een Wulp (met de melancholische roep), Slobeenden, Scholeksters en Kluten. Het is weer gaan regenen en we rijden verder over smalle weggetjes naar de polder bij Ouddorp.

Foto: het kan de Brandganzen niet nat genoeg zijn…….

Bij de Schans aan de Oudelandsezeedijk, een verdedigingswerk uit de 17e eeuw, zitten een Blauwe Reiger, Bergeend, Ekster, Grauwe Gans en honderden Brandganzen en Rotganzen. Ze zijn alert en uit ervaring weten we dat als ze het niet vertrouwen, ze een voor een op de wieken gaan tot de hele groep het luchtruim kiest. We doen dus behoedzaam.

10:15 u langs de Preekhilpolder, waar een overmoedige Ekster ternauwernood de wielen van de bus kan ontwijken. Inmiddels zijn we op zoek naar een gezellige koffietent, maar dat valt nog niet mee. Eerst doorkruisen we nog even De Punt waar nieuwe bungalows een luxe wijk vormen vlak aan het water. Voor de bewoner fijn, maar minder fraai voor de kustlijn. Dan volgt een hevige plensbui. Het eerste het beste dorp heeft geen enkel café. De eerstvolgende gelegenheid is een restaurant langs de weg waar licht brandt. We krijgen hoop maar het blijkt dicht. Intussen is de noodzaak voor een sanitaire stop ook steeds dringender.

Doorkachelen naar Renesse, de aanhouder wint, er zijn zelfs meerdere zaken open. In ‘den Hertog’ worden we gastvrij ontvangen. Verkleumd en met klamme kleren laten we ons de koffie en chocolademelk goed smaken, waarbij de meeste zwichten voor het warme appelgebak. Gelukkig is het droog als we de uitspanning verlaten. De optimist kreeg gelijk, al is het steeds van korte duur. Onderweg noteren we een Grote Zilverreiger, twee Hazen, een Buizerd en een Kleine Zilverreiger.

‘De inlagen’ onze volgende stop, levert een diversiteit aan soorten op. Vlak voor ons busje jaagt een vrouwtje Torenvalk. Terwijl we haar volgen, komt er een andere rover laag aangevlogen waarbij hij van links naar rechts zwenkt. We denken allemaal aan een Bruine Kiekendief tot Jan Kees roept: ‘Het is een Velduil’. Meteen schiet iedereen in de kijker en we gaan snel naar buiten om hem te kunnen volgen. Wat heeft dat dier een goede schutkleur! Vlakbij duikt hij het ruige grasland in en meteen kleurt hij in met het landschap. Hij verdwijnt tussen de vaal beige stoppels en wij hebben het nakijken. Al weet je waar hij is geland, je kunt hem niet meer vinden. Het geeft ons wel een kik: dachten we een uur geleden nog, laten we maar naar huis gaan. Nu zijn we blij dat we hebben doorgezet, want dit is wel een hele leuke waarneming.

Links in het ‘plasgras’gebied zitten volop Smienten die zo nu en dan een fluittoon laten horen. Enkele grazende Knobbelzwanen, altijd bedachtzaam en waardig. Een Tureluur, in dit grauwe weer herkenbaar aan zijn rode snavel en poten, foerageert druk heen en weer in het drassig gebied. Dick wijst ons op een familielid, de Zwarte Ruiter (groter, wittere buik, langere snavel, poten en snavel donkerder) en op een ‘wit gevlekte’ Scholekster, een opvallende afwijking maar hij foerageert net zo makkelijk met de anderen mee. Dan een Holenduif, een paartje Slobeenden, twee Lepelaars, een Wulp. We rijden langzaam verder links en rechts kijkend. De volgende opvallende verschijning in dit vlakke landschap is een tegenligger, een kleurige Kontikibus vol vogelaars.

We stoppen om even achter de dijk te kijken, goed voor vier Dodaarzen en een Brilduiker. Dick inspecteert meteen de begroeiing en lepelt gelijk op wat voor bijzonders er te zien valt: Deens lepelblad, verschillende korstmossoorten, Eikvaren en Kruisdistel. We nemen hetzelfde weggetje terug en dat levert weer mooie waarnemingen op: drie Pijlstaarten, een Lepelaar, twee Zilverreigers. Een Sperwer vliegt langs het riet en strijkt neer op een paaltje, vliegt kort daarna weer op en gaat op een takje aan de waterkant zitten. De vogelwereld is altijd in beweging en zelfs op een dag als deze valt er altijd wel wat te beleven.

Verder weer, onderweg een mannetjesfazant met een harem van wel zes vrouwtjes. Grauwe Gans, Brandganzen, Wulpen en Smienten, een Tureluur en een kukelende haan van een nabijgelegen boerderij. Vlakbij het Moriaanshoofd gluren we vanachter het nieuwe scherm ‘De Turegluur’ de plas af. Door de kijkgaten, op diverse hoogtes aangebracht voor grote en kleine vogelaars, nemen we aan de overkant van de plas grote groepen vogels waar: het zijn vooral Kieviten en Goudplevieren.

Foto: Paarse Strandloper op de Brouwersdam

We rijden naar ons laatste kijkpunt via Scharendijke naar de Brouwersdam. Een gure wind verwelkomt ons als we de auto uitkomen, het stilhouden van de kijker is een hele toer. Ook Belgische vogelaars hebben deze spot gevonden. Als eerste zien we vlak voor ons tussen de basaltblokken Steenlopers en Paarse Strandlopers op zoek naar insecten en ander eetbaars. Op zee een Roodkeelduiker en verderop nog eens drie: ze liggen laag op het water. Een Middelste Zaagbek duikt regelmatig onder en is steeds maar kort in beeld. Zijn kopveren wapperen in een prachtig gegolfde kuif over zijn kop.

Foto: Grijze zeehond langs de Brouwersdam

Twee Brilduikers worden gesignaleerd en terwijl we de kijkers richten, duikt er een zeehond op. Jaloers, wil hij aandacht? Het lijkt echt of hij weet heeft van al die ogen die op hem gericht zijn. Kijk volgende keer maar eens goed, het is net of hij glimlacht, wat een geinige snuit. Fuut en Kuifduiker duiken naar voedsel. Het verschil tussen deze twee soorten is dat de laatste kleiner en donkerder is en een bredere kop heeft. Met de telescoop is dat natuurlijk nog beter waar te nemen. Voor we opstappen zwemt er nog een zeehond, vlakbij, heerlijk op zijn zij genietend van het grote golfslagbad helemaal voor hemzelf. Een oude, mooie, lelijke eend die komt aangereden, past met zijn vaalblauwe kleur helemaal in dit plaatje. Over de dam terug rijdend nog gezien: Dodaars, Grote Mantelmeeuw, Zilvermeeuw, Houtduif, Zwarte Kraaien en Kauwen, Ekster, Spreeuw, Merel. Onderweg naar huis tenslotte nog een Brilduiker, vier Buizerds, een Blauwe Reiger, een Torenvalk.

U ziet, ook een regendag heeft zo zijn charmes. Met veel dank aan de organisatoren en chauffeurs!

Verslag: Ina Geenen

Foto’s: Dick Hoek