Vroeger was de ekster veel geliefder dan tegenwoordig.


Zeker geen stadsbewoner, maar trouw metgezel en bondgenoot van de boer. Verzot op muizen en ratten en goed voor een schoon gegeten dorsvloer. Omnivoor pur sang die zich mocht verheugen in sympathie en bescherming. Graag geziene gast, brenger van voorspoed en geluk voor het boerenleven. Met het verdwijnen van dorsvloer en vlegel vluchtte ekster naar de rand van dorpjes en steden. Zijn plaats op het erf werd overgenomen door kraai – ook verzot op alles dat eetbaar is en minder bang voor zware lawaaierige machines.

Ekster is sierlijk en intelligent. Bekijk hem eens goed als je de kans krijgt. Let eens op de wonderlijk iriserende blauwe, groene en purperen staalglans als hij in het zonnetje zit. Onderling zijn ze goed te onderscheiden door de variatie van het witte patroon op buik, schouder en vleugeluiteinden.

Ekster is een kraaiachtige behorende tot de orde van de zangvogels, maar zingen doet-ie niet; hij krast de boel bij elkaar. Bouwt een nest dat veel weg heeft van een vesting compleet met ingang en dak dat bescherming biedt tegen vijandige duikvluchten. Ekster leeft in een territorium met een vrouwtje voor het leven dat tot soms wel tien kleine eitjes legt. Gemiddeld komt er maar een kwart van uit en de overlevingskans van de jonge vogels is sterk afhankelijk van het voedselaanbod en de aanwezigheid van predatoren.

Op sociale media doen de wildste verhalen over ekster de ronde. Ze zouden ‘twee tot drie legsels met twintig jongen per jaar' hebben, en 'ze roven alle jonge zangvogeltjes uit het nest’. Tal van dat soort beweringen is gebaseerd op toevallige, op zichzelf staande waarnemingen en vooral op veel fantasie en volkswijsheid. Al die verhalen worden door talrijke wetenschappelijk onderbouwde ecologische onderzoeken tegengesproken. Wie wars is van wetenschappelijke beschouwingen doet er goed aan het helaas niet meer verkrijgbare boekje van Jenny de Laet te bemachtigen. In 1999 verscheen haar zeer toegankelijke boek ‘De ekster in zwart en wit’ met daarin een schat aan interessante informatie over de vogel die tegenwoordig een heel normale verschijning is in stadstuin en park.
Hij eet meelwormen, sprinkhanen, emelten, kevers en wormen, en teken. Die van een schaap zijn het lekkerst.
En af en toe een vogeltje. Als dessert. Mag het?

Tekst en foto: © Jan Smith